Sociale Cognitieve Theorie en Zelf-Efficiëntie

Zelf-efficiëntie is een psychologisch concept gepopulariseerd door Albert Bandura in zijn sociale cognitieve theorie en is los gezien als het geloof van een persoon in zijn eigen capaciteiten.
Bandura definieerde het al “het geloof in iemands capaciteiten om de werkwijze uit te voeren die nodig is om prospectieve situaties te beheren.” Bandura geloofde ook dat persoonlijkheid vooral gebaseerd is op sociale ervaringen en observationeel leren. Hij voelde ook dat mensen met een hoge zelf-efficiëntie de uitdaging van moeilijke taken kunnen accepteren omdat ze geloven dat alles gedaan kan worden en diegenen met weinig zelf-efficiëntie moeilijke taken opgeven of vermijden.

Hij gaat verder met het zeggen dat zelf-efficiëntie het geloof van een persoon is in hun eigen succes in een specifieke situatie. Een grondigere definitie dij door T.N. Smalley gegeven is, is “het oordeel van zijn of haar capaciteiten is gebaseerd op veel criteria; een gevoel van de competentie van iemand binnen een specifiek kader, focussen op de beoordeling van hun mogelijkheden om specifieke taken in relatie met hun doelen en standaarden uit te voeren in plaats van in vergelijking met de capaciteiten van anderen.”

Zelf-efficiëntie wordt soms verward met andere termen zoals efficiëntie, zelfvertrouwen en vertrouwen. Alle drie zijn onderscheiden en slechts een beetje verbonden. Enkel efficiëntie is de productie van een effect op de omgeving. Zelf-efficiëntie is het geloof dat een effect gemaakt kan worden. Zelfvertrouwen is een waarde gevoel. Zelfvertrouwen is meer algemeen en niet afhankelijk van specifieke doelen zoals zelf-efficiëntie.

Zelf-efficiëntie beïnvloed menselijk gedrag op de volgende manieren:

– Keuzes – zonder zelf-efficiëntie worden keuzes gemaakt om de taken die te moeilijk of onmogelijk lijken te vermijden.

– Motivatie – diegenen met een hoog niveau van zelf-efficiëntie kunnen dingen beter behandelen dan diegenen met een laag niveau. Ze gaan niet snel opgeven als iets te moeilijk wordt.

– Perspectief – mensen met een hoog niveau van zelf-efficiëntie hebben een bredere uitkijk op de wereld. Diegenen met een laag niveau geloven dat taken moeilijker zijn dan ze eigenlijk zijn.

Sommige van de factoren die zelf-efficiëntie beïnvloeden zijn:

– Ervaring of meesterschap – de belangrijkste factor die bepaalt of een person gelooft of hij of zij een taak kan volbrengen

– Modeleren – plaatsvervangende ervaring of ervaring door observatie. Iemand anders een taak zien volbrengen maakt het gemakkelijker om te geloven dat je zelf die taak kan volbrengen.

– Sociale Druk – het geloof van een andere persoon dat een taak volbracht kan worden is efficiënt als een persoon het zelf gelooft.

– Fysiologisch antwoord – vecht of vlucht fysieke manifestaties kunnen geïnterpreteerd worden als onmogelijkheid door sommigen en genegeerd worden door anderen.

Psychologie deskundingen Gouda

https://www.depsycholoog.nl/Gouda/